Volksverhalen vertellen

Bij feesten en vieringen horen verhalen. Deze verhalen worden vaak al honderden jaren verteld. In het begin werden ze nooit opgeschreven, maar aan elkaar mondeling verteld.

Iedere keer als een verhaal verteld wordt, veranderd er iets aan het verhaal. Je stopt iets van je eigen ervaringen in het verhaal, je verzint er iets bij of je laat iets weg. Hierdoor zijn de verhalen niet meer hetzelfde als vroeger.

Zo waren de sprookjes die van Disney kennen, vroeger heel anders. Zo veranderde Ariël de kleine zeemeermin in zeeschuim nadat ze de prins met een mes had vermoord. Het glazen muiltje van Assepoester was eerst helemaal niet van glas, maar van eekhoornbont!

De kleine zeemeermin - Wikipedia
De kleine zeemeermin vermoorde de prins!

De opdracht:

Je gaat zelf nu ook een verhaal vertellen. Niet voorlezen, maar echt vertellen. Dat doe je aan de hand van de volgende stappen:

  1. Kies een kerstverhaal uit. Klik hier voor een lijst met verhalen.
  2. Lees het verhaal goed door.
  3. Beslis nu welk deel van het verhaal de inleiding, het middenstuk en het slot is.
  4. Maak drie tekeningen, één voor elk deel van het verhaal. Dit helpt je het verhaal beter onthouden.
  5. Oefen nu met het vertellen van je verhaal. Gebruik je tekening als spiekbriefje.

Tips:

  • Kijk of je je verhaal iedere keer anders kan vertellen. Voeg dingen toe of laat dingen weg.
  • Zet je verhalenbril op. Als je vertelt over een bos, vertel dan wat je daar ziet, ruikt, voelt en proeft. De luisteraars krijgen dan een plaatje van jouw verhaal in hun hoofd.
  • Kijk hier maar eens naar en vertel van je ziet, hoort en voelt. Zo wordt een normaal verhaal een boeiend verhaal!
Hoe wordt er hier een verhaal verteld?